ADHD staat voor attention-deficit/hyperactivity disorder. Mensen met ADHD kunnen moeite hebben om hun aandacht ergens bij te houden, erg druk zijn of dingen doen zonder eerst na te denken. Dit laatste noemen we impulsiviteit.
ADHD uit zich niet bij iedereen op dezelfde manier. Sommige mensen zijn snel afgeleid en vergeetachtig. Anderen zijn vooral druk of impulsief.
In dit artikel lees je alles over ADHD.
De 3 typen ADHD
Niet iedereen met ADHD heeft dezelfde klachten. Daarom worden er drie vormen van ADHD onderscheiden:
- ADHD met vooral onoplettendheid (ADHD-I)
- ADHD met vooral hyperactiviteit en impulsiviteit (ADHD-H)
- ADHD met onoplettendheid én hyperactiviteit/impulsiviteit (ADHD-C)
1. Onoplettend type (ADHD-I)
Met onoplettendheid wordt bedoeld dat je moeite hebt om je aandacht ergens bij te houden. Bij deze vorm van ADHD kun je bijvoorbeeld snel afgeleid zijn, dingen vergeten, moeite hebben met plannen of moeite hebben om taken af te maken. Mensen die ADHD van het onoplettende type hebben, worden door hun omgeving soms beschreven als dagdromers.
ADHD bij vrouwen
Het onoplettende type (ADHD-I) komt bij vrouwen relatief vaker voor en wordt soms pas op volwassen leeftijd ontdekt. Waarschijnlijk heeft dat te maken met het gedrag van deze groep. Ze zijn vaak niet duidelijk druk en vallen daardoor minder snel op. Er is dan geen directe aanleiding om te denken aan ADHD.
2. Hyperactief en impulsief type (ADHD-H)
Dit is het beeld waaraan mensen vaak als eerste denken bij ADHD.
Bij deze vorm staan vooral druk of rusteloos gedrag en impulsiviteit op de voorgrond. Iemand kan bijvoorbeeld veel praten, dingen doen zonder na te denken of moeite hebben met stilzitten of wachten.
Symptomen bij kinderen
Bij kinderen is hyperactiviteit vaak makkelijk aan de buitenkant te zien. Ze rennen bijvoorbeeld veel rond of klimmen op dingen op momenten waarop dat niet de bedoeling is. Rustig spelen of op hun beurt wachten kan moeilijk zijn.
Symptomen bij volwassenen
Bij (jong)volwassenen is deze vorm van ADHD soms minder goed te zien voor anderen, maar dat betekent niet dat ze er geen last van hebben. Zo kunnen ze innerlijke onrust voelen en kan het veel energie kosten om impulsen te beheersen. Iemand kan bijvoorbeeld een sterke neiging voelen om op te staan of veel te praten, maar probeert dit bewust niet te doen.
3. Gecombineerd type (ADHD-C)
Deze vorm van ADHD is een combinatie van de twee hierboven genoemde categorieën. Het wordt ook wel ADHD van het gecombineerde type genoemd. Hierbij heeft iemand problemen met aandacht en is diegene ook hyperactief en impulsief.
ADHD-klachten kunnen in de loop van je leven veranderen. Hyperactiviteit is bijvoorbeeld bij kinderen vaak duidelijk zichtbaar, terwijl volwassenen vaker last hebben van innerlijke onrust, moeite met plannen en aandachtsproblemen.
Verschil tussen ADHD en ADD
De benaming ADD (Attention Deficit Disorder) wordt nog gebruikt in de spreektaal, maar is geen officiële diagnose meer. Mensen die vroeger de diagnose ADD kregen, vallen tegenwoordig onder de diagnose ADHD van het onoplettende type (ADHD-I). Ze hebben dus ook klachten zoals snel afgeleid zijn, vergeetachtigheid en moeite met plannen.
De term ADD kan daarom nog handig zijn om uit te leggen welke klachten iemand heeft, maar medisch gezien spreken we tegenwoordig van ADHD.
Oorzaken: Hoe ontstaat ADHD?
Er is niet één duidelijke oorzaak van ADHD. Waarschijnlijk ontstaat ADHD door een combinatie van erfelijke aanleg en andere factoren die invloed hebben op hoe de hersenen zich ontwikkelen.
ADHD komt vaak voor bij meerdere familieleden. Onderzoeken laten zien dat genetische factoren ook invloed kunnen hebben op het type ADHD.
Daarnaast wordt onderzocht welke factoren uit de omgeving mogelijk samenhangen met een grotere kans op ADHD. Denk bijvoorbeeld aan roken tijdens de zwangerschap of veel stress in de vroege jeugd.
Een misvatting is dat ADHD ontstaat door een bepaalde manier van opvoeden of door een gebrek aan discipline. Dat is niet zo. De ontwikkeling van ADHD is een ingewikkelde combinatie van erfelijkheid en invloeden vanuit de omgeving.
Diagnose proces: Hoe laat je je testen op ADHD?
Denk je dat je ADHD hebt? Dan kun je een afspraak maken bij je huisarts. De huisarts bespreekt je klachten en kijkt of je ADHD zou kunnen hebben. Als verder onderzoek nodig is, kan de huisarts je doorverwijzen naar een specialist, zoals een psycholoog of psychiater.
Tijdens het onderzoek krijg je vragen over je gedrag, concentratie en dagelijks leven. Ook wordt gekeken of je als kind al ADHD-klachten had. Soms wordt er informatie gevraagd aan je ouders of iemand die je goed kent.
Er bestaat geen goede online test waarmee je ADHD bij jezelf kunt vaststellen. De diagnose wordt gesteld door een specialist op basis van verschillende gesprekken en onderzoeken. Daarbij wordt ook gekeken of je klachten een andere oorzaak kunnen hebben.
Behandeling van ADHD
Welke behandeling het beste bij je past, hangt onder andere af van je leeftijd, je klachten in het dagelijks leven en je eigen voorkeuren. Een behandeling kan bestaan uit voorlichting, psychologische behandeling, praktische ondersteuning en medicatie.
Behandeling bij kinderen
Bij kinderen begint de aanpak met goede uitleg over ADHD, opvoedingsadviezen en aandacht voor leefstijl. Gedragstherapeutische begeleiding kan daarna worden ingezet.
Als deze aanpak onvoldoende helpt en de klachten veel problemen geven in het dagelijks leven, kan medicatie worden toegevoegd. Als medicatie nodig is, is methylfenidaat meestal de eerste keuze. Dexamfetamine of lisdexamfetamine kunnen worden overwogen wanneer methylfenidaat onvoldoende werkt of te veel bijwerkingen geeft.
Behandeling bij volwassenen
Bij volwassenen begint de behandeling meestal met uitleg over ADHD en advies over hoe je ermee om kunt gaan in het dagelijks leven. Dit wordt ook wel psycho-educatie genoemd
Daarna kan worden gekozen voor medicatie, een psychologische behandeling zoals cognitieve gedragstherapie (CGT), een vaardigheidstraining of een combinatie hiervan. Samen met de behandelaar wordt gekeken welke aanpak het beste past.
Medicatie (methylfenidaat & (lis)dexamfetamine)
Medicatie kan ADHD-symptomen verminderen, zoals aandachtsproblemen, impulsiviteit en hyperactiviteit. Medicijnen die veel worden gebruikt zijn methylfenidaat (Ritalin®, Concerta®, Medikinet®), dexamfetamine (Tentin®, Adhesa®) en lisdexamfetamine (Elvanse®). Welke medicatie geschikt is, verschilt per persoon. Lees meer in het artikel ‘ADHD-medicatie: Soorten, werking en bijwerkingen‘.
Praktische tips voor het dagelijks leven
- Gebruik een agenda of to-do-lijst
- Stel herinneringen in op je telefoon om afspraken te onthouden
- Zorg voor zo min mogelijk afleiding wanneer je je moet concentreren
- Plan pauzes om te eten. Lees hier waarom dat belangrijk is.
- Vraag hulp wanneer plannen veel moeite kost
- Gebruik de app van MedApp voor medicijnwekkers en beheer van je medicijnvoorraad.
Positieve kanten van ADHD
ADHD kan lastig zijn in het dagelijks leven, maar er zitten ook positieve kanten aan. Sommige mensen met ADHD zijn bijvoorbeeld erg creatief, enthousiast en goed in het bedenken van nieuwe ideeën. Ook kunnen ze veel energie hebben en snel reageren op onverwachte situaties.
Daarnaast kunnen sommige mensen met ADHD zich heel sterk concentreren op iets wat ze interessant vinden. Dit wordt ook wel hyperfocus genoemd.
Niet iedereen met ADHD heeft deze eigenschappen. Welke sterke kanten iemand heeft, verschilt per persoon. Het is daarom belangrijk om niet alleen naar de uitdagingen van ADHD te kijken, maar ook naar iemands talenten.
Veelgestelde vragen
ADD (Attention Deficit Disorder) wordt nog veel gebruikt in het dagelijks leven, maar is geen officiële diagnose meer. Mensen die vroeger de diagnose ADD kregen, vallen tegenwoordig onder ADHD met vooral kenmerken van onoplettendheid (ADHD-I).
De term ADD kan daarom nog handig zijn om uit te leggen welke klachten iemand heeft, maar medisch gezien spreken we tegenwoordig van ADHD.
Iedereen is weleens afgeleid, druk of vergeetachtig, maar dat betekent niet meteen dat je ADHD hebt. Bij ADHD zijn de klachten langere tijd aanwezig en zorgen ze voor duidelijke problemen in het dagelijks leven. De klachten zijn bijvoorbeeld merkbaar thuis, op school, op het werk of in sociale situaties.
Bij de diagnose wordt ook gekeken of de klachten al in de jeugd aanwezig waren en of de klachten misschien een andere oorzaak hebben
Gedeeltelijk. Naar schatting wordt ADHD voor zo’n 70% tot 80% bepaald door genen. Omgevingsfactoren spelen samen met erfelijke factoren een rol bij de ontwikkeling van ADHD. Er is dus niet één precieze oorzaak waardoor ADHD ontstaat.
